Daar zit niets in

Gisteren een uitzending van Brandpunt over alternatieve geneeskunde. Een wetenschapper had waarschijnlijk een homeopathisch middel gemeten en niets gevonden. De journaliste kirde herhaaldelijk: “Maar daar zit niets in! Dat moet toch verboden worden!”.

De journaliste zou zich eens in wetenschap moeten verdiepen. Niet zolang geleden dachten we dat de aarde stilstond, immers, in een dag ronddraaien veroorzaakt een tegenwind van meer dan 1500 km per uur, tien keer zo hard als een zware orkaan. Of eens na moeten denken over kwantummechanica, dat is nog steeds moeilijk te vatten.

De wetenschapper zou zich eens in de materie moeten verdiepen. Dan zou hij vinden dat collega’s andere metingen doen en wel degelijk vinden dat een homeopathisch middel anders is dan gewoon water.

Beiden zouden eens  moeten luisteren naar enkele van de 400 miljoen gebruikers van homeopathie wereldwijd. De meesten van hen hadden al jaren tevergeefs reguliere middelen gebruikt, waar wel wat in zat. Homeopathie kan dan werken omdat het anders werkt dan reguliere farmacie.

Het gekakel van luie journalisten en wetenschappers zou verboden moeten worden. Misbruik je machtspositie niet met ongefundeerde uitspraken. Alternatieve geneeskunde bestaat omdat reguliere geneeskunde tekortkomingen heeft. Weinig mensen weten dat wetenschappelijk bewijs voor een geneesmiddel slechts betekent dat het beter werkt dan een placebo. Veel ‘bewezen’ reguliere geneesmiddelen werken slechts bij de helft van de patiënten. Dat is dan inclusief het placebo effect.

Wat moet een patiënt wanneer een ‘bewezen’ geneesmiddel niet werkt? Wanneer hij dan kiest voor acupunctuur of homeopathie is dat een verstandige keus. Dat zijn methoden die al eeuwen lang over de hele wereld worden toegepast en iedere arts kan deze methoden leren. Het toepassen van deze methoden is wetenschappelijker dan lukraak iets anders reguliers toepassen wanneer een ‘bewezen’ geneesmiddel niet werkt.

Dit soort rapportages worden gemaakt naar aanleiding van fouten door ondeskundige beroepsbeoefenaars, ook in dit geval. De wetenschapper zegt aan het eind nog dat de alternatieve beroepsbeoefenaar arts moet zijn. Dat is gehuichel, want de rapportage richt zich tegen de alternatieve methode, niet tegen de ondeskundige beroepsuitoefening. Dit soort rapportages verschaft de Minister de argumenten om alternatieve geneeskunde door artsen te ontmoedigen.

Recent Posts

Start typing and press Enter to search