Bewijs tegen homeopathie: de verhulde waarheid

Bewijs tégen homeopathie blijkt gemanipuleerd bewijs vóór homeopathie

Lex Rutten, homeopathisch arts; Erik Stolper, huisarts, homeopathisch arts
mei 2008

Stel dat er een verkoper bij u langs komt met een mand met ruim honderd appels. U vraagt “zijn ze nog goed?”. Dan draait de verkoper zich om en zoekt, zonder dat u kunt zien wat hij doet, acht appels uit. Hij laat deze acht appels zien en ze zijn inderdaad goed. “Dit bewijst dat alle appels goed zijn” zegt de verkoper. U vraagt “Mag ik ook eens grabbelen?” en pikt er zo acht appels uit die slecht zijn. “Dat zegt niets, want ik heb u zojuist bewezen dat alle appels goed zijn” is het antwoord van de verkoper.

Het lijkt onwaarschijnlijk, maar de redactie van het medisch toptijdschrift ‘the Lancet’ heeft zich op een dergelijke manier laten beetnemen en meent dat deze truc het eind van de homeopathie betekent. Op 27 augustus 2005 publiceerde het tijdschrift een onderzoek dat zou aantonen dat homeopathie niet meer is dan suggestie (Shang/Egger, Lancet 2005;366:726-32) .[1] Met een selectie van 8 uit 110 onderzoeken naar de effectiviteit van homeopathie meent de medische wetenschap miljoenen tevreden gebruikers (alleen in Nederland al) ongelijk te kunnen geven. Nogal gênant was dat de auteurs niet vermeldden om welke 8 onderzoeken het ging en dat the Lancet dit accepteerde. Enkele jaren eerder, in 1997, plaatste dezelfde Lancet (350:834-43) een artikel dat aantoonde dat het bewijs voor homeopathie vergelijkbaar was met het beste bewijs in de reguliere geneeskunde.

De aanleiding voor de analyse van Shang e.a. is het positieve resultaat van eerdere analyses van homeopathie onderzoek. Tot 1990 dachten de sceptici dat het probleem homeopathie opgelost kon worden door dubbelblind onderzoek; dat moest aantonen dat homeopathie niet beter werkt dan suggestie. Maar in 1991 kwam de eerste analyse dat er al vrij veel onderzoek naar homeopathie gedaan was en dat “…een reguliere methode met dergelijke resultaten erkend zou worden”.{2} Prof. Vandenbroucke toonde in de Gezondheidsraadlezing van 1999 een plaatje waarin alle homeopathieonderzoeken werden weergegeven, gerangschikt op effectiviteit en onderzoeksgrootte (een zogeheten funnelplot). Dit plaatje komt absoluut niet overeen met het plaatje dat je bij een therapie die alleen op suggestie berust zou verwachten. Sterker nog, de beste reguliere therapieën doen het niet beter.

Daarom moest er maar eens vergelijking komen tussen homeopathisch en regulier onderzoek; bij 110 homeopathische onderzoeken werden 110 vergelijkbare reguliere onderzoeken gezocht. Het is bekend dat onderzoek van betere kwaliteit slechtere resultaten geeft dan onderzoek van mindere kwaliteit. Dit geldt zowel voor regulier als voor homeopathisch onderzoek. Shang wilde bewijzen dat de invloed van kwaliteit bij homeopathie sterker was.

Het onderzoek van Shang e.a. trekt allerlei vergelijkingen tussen homeopathisch onderzoek en vergelijkbaar regulier onderzoek. De homeopathische onderzoeken bleken van betere kwaliteit. Van de homeopathische onderzoeken was 19% van goede kwaliteit en regulier 8% .

De onderzoekers hebben acht onderzoeken van homeopathie bij acute bovenste luchtweginfecties gevonden, met een sterk positief resultaat, OR=0,36 (95% CI: 0,26-0,50). Analyse van deze groep levert op dat het resultaat niet slechter wordt bij beter onderzoek. Wetenschappelijk gezien is dit een spectaculaire conclusie. De vorige analyses hadden aangetoond dat het bewijs voor homeopathie zich kon meten met regulier bewijs, maar men wilde bewijs zien voor een afzonderlijke indicatie en men vermoedde dat het positieve effect kwam door slechte kwaliteit van onderzoek. Deze laatste twee bezwaren zijn nu opgeruimd.

Het lijkt erop dat Shang en collega's achteraf geselecteerd hebben totdat een groep van acht onderzoeken het gewenste resultaat opleverde. De ontbrekende gegevens werden 4 maanden later verschaft en ook toen beweerden de schrijvers dat hun conclusie gebaseerd was op een vergelijking van homeopathie met vergelijkbare reguliere onderzoeken. Dit bleek onwaar na een her-analyse van onze kant (Lüdtke, Rutten, Journal of Clinical Epidemiology, 2008;61:1197-1204). Slechts twee van de acht studies waarop de conclusie gebaseerd was waren vergelijkbaar met reguliere studies. In het Lancetartikel was een dubieuze en niet te controleren definitie voor 'groter' onderzoek gehanteerd. Een logische definitie als 'groter dan het middelste onderzoek' zou een significant positief resultaat gegeven hebben. De acht onderzoeken waarop de conclusie berustte bleken over evenzoveel verschillende indicaties te gaan. Eén van deze indicaties was spierstijfheid na een marathon. Hier praten we over zeer gezonde mensen, waarbij het goed mogelijk is dat homeopathie niet werkt. Inderdaad werkt homeopathie niet bij deze indicatie, dat blijkt uit 4 goede studies. Laten we deze ene studie weg dan is homeopathie effectief, zelfs wanneer alleen naar de acht grootste studies van goede kwaliteit gekeken wordt. Je kunt aan deze acht goede studies alle andere studies van goede kwaliteit toevoegen en het resultaat blijft steeds positief: homeopathie werkt!

Het onderzoek waar dit artikel over rapporteert is slechts een onderdeel van een groot Zwitsers onderzoeksprogramma. Uit andere onderdelen van dit programma blijkt dat patiënten die homeopathie gebruiken voordat zij de behandeling aangaan een slechtere gezondheidstoestand hebben dan gebruikers van reguliere geneeskunde, maar dat zij na de behandeling een sterkere verbetering ervaren dan reguliere patiënten. De homeopathische behandeling kost niet meer, waarschijnlijk minder. De bijwerkingen van homeopathische behandeling zijn minder en het aantal ziekenhuisdagen de helft minder.
Die andere onderzoeken hebben een reactie veroorzaakt bij de Zwitserse overheid en daar zijn vreemde dingen gebeurd. In een concept eindverslag van 14 maart 2005 stond de aanbeveling dat homeopathie in de basisverzekering moest blijven. Daarna is deze aanbeveling onder politieke druk verwijderd. Toen de Zwitserse homeopathische artsen de onderzoeksgegevens openbaar wilden maken werd hen dat verboden onder dreiging met juridische maatregelen.

De discussie over homeopathie is vanaf 1991 verzand in het zoeken naar kritiekpunten. Telkens weer, en ook bij deze analyse, blijken deze kritiekpunten ook, en zelfs meer, op de reguliere geneeskunde van toepassing. Er is sprake van vooringenomenheid. Wie op voorhand weigert eigen theorieën te betwijfelen, komt nooit toe aan het vergroten van inzicht.

Het artikel in het Journal of Clinical Epidemiology geeft een meer technische uitleg (Lüdtke R, Rutten ALB. The conclusions on the effectiveness of homeopathy highly depend on the set of analyzed trials, Journal of Clinical Epidemiology 2008;61:1197-1204. Doi:10.1016/j.jclinepi.2008.06.015).

Literatuur

1. Shang A, Huwiler-Müntener K, Nartey L, Jüni P, Dörig S, Sterne JAC, Egger M. Are the clinical effects of homeopathy placebo effects? Comparative study of placebo-controlled trials of homeopathy and allopathy. Lancet 2005;366:726-32
2. Kleijnen J, Knipschild P, Riet G ter. Clinical trials of homeopathy. BMJ 1991; 302:316-23
3. Linde K e.a. Are the clinical effects of homeopathy placebo effects? A meta-analysis of placebo-controlled trial. Lancet 1997;350:834-43
4. Shang A, Jüni P, Sterne JAC, Huwiler-Müntener K, Egger M. Author reply. Lancet 2005;366:2083-5-32
5. Egger M, Smith GD. Meta-analysis bias in location and selection of studies. BMJ 1998;316:61-6